AVRIL LAVIGNE ZET AFAS LIVE IN DE TIJDMACHINE

Geblokte stropdassen over witte t-shirts, baseball caps over ravenzwart haar met blauwe stroken, baggy broeken met All Stars – It’s not a phase, mom! Avril Lavigne bracht een stukje 2002 naar Amsterdam, zodat millennials maar ook Gen Z zich twee uur mochten wanen in een tijdperk waarin het internet nog niet alomtegenwoordig was. Dat zorgde voor de nodige tranen bij toeschouwers, want poppunk is niet langer meer de muziek waarmee we ons onafhankelijk maken van onze ouders, maar waarmee we zoeken naar vastigheid in een wereld waarin onze identiteit voortdurend virtuele gedaantewisselingen ondergaat.

Lavigne bijt het spits af met Bite Me, een rechttoe rechtaan poppunkknaller afkomstig van haar laatste album met productiewerk van Blink-182 drummer Travis Barker. Samen met Kiss Me Like The World Is Ending en titeltrack Love Sux een van de weinige hoogtepunten op een plaat vol middelmaat, wat op zich alweer een hele vooruitgang was op haar werk uit het vorige decennium, waarin ze uitstapjes maakte naar gewone pop en electropop in een poging zichzelf opnieuw uit te vinden. Met Love Sux probeert ze opnieuw de stuwing te vangen van Let GoUnder My Skin en The Best Damn Thing die het gros van de setlist bekleedden. 

De Canadese zangeres beschikt over het Pharrell-gen: ondanks dat ze de veertig nadert, lijkt ze niet veel ouder dan het 17-jarige meisje dat ooit doorbrak met Complicated en Sk8er Boi. De tour staat in het teken van het vorig jaar uitgekomen Love Sux, maar het repertoire bestaat grotendeels uit haar oude hits. Bovendien communiceert ze een duidelijke boodschap met haar gitzwarte mascara en lange, geblondeerde haar: ‘Here’s to never growing up!’ 

Poppunk leeft nog. Teenage Dirtbag van Wheatus hervond faam bij Generatie Z door viraal te gaan op TikTok, wat tekenend was voor de poppunkwave die over het platform golft. Rappers als Machine Gun Kelly maakten haastig de carrièreswitch naar het genre en labels stampen links en rechts samengestelde bandjes uit de grond, helaas te vaak met geforceerde en tenenkrommende edge, om te cashen op de revival van klevende kinderrijmpjes over melodieus gitaargeweld. Het uit Chicago afkomstige Beach Bunny, maar bijvoorbeeld ook het Zweedse Girl Scout, zijn goede voorbeelden van artiesten die daar wél een unieke invulling aan geven.    

AFAS Live is dan ook een smeltkroes van millennials en mensen uit Generatie Z. Nostalgisten met heimwee naar vroeger en een jongere generatie die fantaseert over een tijd die in jaren niet zo ver weg lijkt maar waarin de wereld wezenlijk anders was. Lavigne is de talisvrouw die de fakkel draagt voor dit sentiment en dat doet ze met geloofwaardige bescheidenheid, want ondanks dat de tour is verpakt als een popspektakel, zingt Lavigne af en toe ook gewoon lekker vals, gilt feedback van de microfoon door de zaal en ziet de productie er soms wel érg goedkoop uit – het scherm achter haar toont afwisselend gemonteerde beelden uit oude videoclips en visuals die lijken op gedateerde Windows screensavers. Het niveau is soms onbedoeld kitsch, maar dat is precies wat het authentiek maakt.

Avril Lavigne weet een volgepakt AFAS Live om te toveren tot een tijdmachine naar het begin van dit millennium. In de tijd waarin ze haar meest populaire songs oorspronkelijk uitbracht, leken het eigentijdse eendagsvliegen, maar onderhand zijn haar meezingers cultureel erfgoed die hun glans nog lang niet verloren zijn. Na meerdere mislukte pogingen om zichzelf opnieuw in de hitlijsten te wurmen, lijkt Lavigne genoegen te nemen als fakkeldrager voor de poppunk van oudsher, en die rol draagt ze nog evengoed als haar platformboots.